Miasma's in een casus onderscheiden

Wratten en boosheid


(Finn is niet de echte naam; het is wel een recente casus uit mijn praktijk; vermelding met toestemming van de ouders)

Finn, een jongen van 10 jaar, komt bij mij op consult. Finn heeft meerdere grote wratten aan de nagelriem van de duim en een heel aantal onder de voeten. Ze zijn pijnlijk, branden en steken. Finn zegt: "Wat nóg meer pijn deed was het wegbranden bij de huisarts daar ga ik nooit meer naar toe, en het helpt ook nog niet eens.”
Verder is er angst in het donker voor vampiers en wolven en als Finn toch naar het toilet of naar beneden moet loopt hij heel hard want: "Er kan een vampier om de hoek staan.” Als hij iets engs leest blijft dat lang in zijn hoofd hangen.
Finn heeft er veel last van dat hij denkt "het niet te kunnen”. Vaak onterecht, maar toch. Alleen een 9 of een 10 is goed genoeg, hij is zelf degene die de lat zo hoog legt. Als hij de uitleg van de juf niet snapt heeft hij de neiging om weg te lopen en voor een toets kan hij zich ziek melden omdat hij denkt dat het niet zal lukken.
Hij ligt soms lang wakker, door de angst of de ongerustheid of het wel zal lukken allemaal. Met als gevolg dat Finn eigenlijk te weinig slaapt en ’s morgens al boos is. De druk wordt soms zo hoog dat Finn enorm boos kan worden, hij wil dan wel "iemand verrot trappen”, vaak ontstaat er ruzie bij het avondeten. Boosheid blijft enorm lang hangen.
Hij kan op school anderen helpen, maar dat hangt ervan af of hij tijd heeft, of hij zijn eigen taken al klaar heeft. Zo niet dan voelt hij zich er niet goed bij dat hij nee moet zeggen. Echt een gewetensconflict.

Ik stuur een middel op en zeg dat ik verwacht dat er boosheid verschijnt voordat er iets met de wratten gaat gebeuren. Herstel gaat immers eerst op het mentale en emotionele vlak en dan komt het lichamelijke herstel. Er volgt na de inname een reactie met enorme boosheid, de moeder van Finn belt mij op om even te overleggen. Ze schrikt ervan en vindt het vooral ook heel naar voor Finn. Dat is ook zo. Gelukkig verschijnt het op een goede manier. Finn maakt onder andere ‘boze tekeningen’ voor alle gezinsleden. We houden even contact en dan blijkt al snel dat de boosheid milder wordt, de buien zijn minder heftig en houden niet meer zo lang aan. Een week na de inname is de eerste dag zonder boosheid. En dan ben ik verbaasd te horen dat de wratten al beginnen te veranderen, ze worden kleiner en donkerder, ik verwacht dat ze dan ook gaan verdwijnen. Ik ga Finn nog terugzien, maar ook ik ben onder de indruk van de snelle reacties.

Dit is een casus met verschillende miasma's:
Psorisch: angst voor wolven, iets engs lezen wat lang blijft hangen, faalangst, ongerustheid.
Syfilitisch: stekende pijn van de wratten, angst voor vampiers, 'weglopen' voor een toets, 'iemand verrot trappen'(taalgebruik), boosheid die lang blijft hangen.
Sycotisch: grote wratten, boos worden.
Carcinogeen: het perfectionisme (de lat hoog leggen), het gewetensconflict: ik wil wel helpen, maar mijn eigen werk...

Dan zoek ik naar een middel wat ook deze miasma's in zich heeft en natuurlijk ook de karakteristieken van deze casus.

Inmiddels heb ik Finn teruggezien. De wratten zijn zo goed als weg, alleen onder de voet zit nog een hele kleine. Soms is Finn nog boos maar nu zoals alle kinderen wel eens boos zijn, niet meer zo extreem en zo lang. Finn stelde hoge eisen aan zichzelf, daar is hij ook gemakkelijker in geworden, hij mag fouten maken, en is terwijl hij ziek was naar school gegaan om een toets te maken, terwijl hij eerder ‘ziek’ was omdat hij de toets niet wilde maken. De slaap is beter, Finn komt ‘s avonds niet meer zijn bed uit omdat hij niet kan slapen. We besluiten af te wachten en mijn ervaring leert me dat die kleine wrat ook nog gaat verdwijnen, zo niet dan neemt de moeder van Finn weer contact met me op.